DE MASSALE VLUCHT IN DE ZOMER VAN 1944

De uittocht in de zomer van 1944 geniet minder bekendheid dan die van mei-juni 1940. Na de Duitse inval worden enkele miljoenen Fransen de wegen opgestuurd. De uittocht van 1944 beperkt zich tot de inwoners van Zuid-Normandië, maar is op regionale schaal even groot.

Mannen, vrouwen, kinderen, ouden van dagen, zieken gaan per tienduizenden op weg. Lopend, met karren, soms nemen ze zelfs hun koeien mee. Sommigen hebben spontaan het besluit genomen om te vluchten voor de gevechten. Anderen zijn gedwongen te evacueren op bevel van het Duitse leger tijdens hun aftocht.

Alleen of in konvooien trekken hele families op de bonnefooi de streek uit. Maar vaker nemen ze door het Vichyregime van tevoren bepaalde routes. Voor de inwoners van de Manche leiden de wegen naar de Mayenne. Inwoners uit de Calvados worden hoofdzakelijk naar Trun gestuurd en vervolgens naar het departement Orne. Sommigen gaan nog verder, naar de Vendée of het Massif Central.

De zwerftocht is niet zonder gevaar. De wegen worden constant onder vuur genomen door de geallieerde luchtmacht, die niet altijd het verschil ziet tussen burgers en Duitse soldaten. Zo wordt begin juli een dertigtal vluchtelingen gedood in Saint-Charles-de-Percy, bij Vire, door een raketaanval van een Amerikaans escadrille jachtbommenwerpers.