DE NORMANDIËRS TIJDENS DE SLAG

In de loop van de zomer van 1944 bevinden de Zuid-Normandiërs zich midden op een reusachtig slagveld. In het heetst van de strijd, in de loop van de maand juli, staan meer dan twee miljoen soldaten tegenover elkaar. Ofwel twee keer zoveel als de inwoners van de departementen Manche en Calvados, waar de gevechten op dat moment plaatsvinden.

In deze omstandigheden worden veel burgerslachtoffers geteld. De bevolking zoekt schuil in kelders, grotten, steengroeven, mijntunnels, met takkenbossen overdekte loopgraven om te ontsnappen aan bommen en granaten. Inwoners van de Manche en de Calvados vluchten per tienduizenden naar het zuiden. Ze vluchten over wegen die gevaarlijk zijn geworden door het luchtvuur.

Ondertussen proberen Normandiërs die zich bij de verzetsbeweging hebben gevoegd de geallieerden te steunen.

De Slag om Normandië, die op 6 juni 1944 begon op de stranden, duurt veel langer dan voorzien en eindigt pas tegen het eind van de maand augustus. De bevrijding van de Normandische dorpen en steden vordert onder die voorwaarden slechts langzaam. Bij elke overwinning halen de Normandiërs de geallieerde troepen met gejuich binnen.