UTAH BEACH

Het oostelijk deel van het schiereiland de Cotentin is een laag en drassig gebied dat elke winter onder water staat. Langs de kust strekken brede zandstranden zich uit langs een duinenrij die de stranden scheidt van het broekland, dat doorkruist wordt door verhoogde wegen, de zogenaamde ‘chaussées’.

Deze zone is uiterst geschikt voor een amfibische aanval. Maarschalk Rommel weet dit maar al te goed. Hij komt vaak persoonlijk toezien op de versterking van de verdediging van deze plek. Zo worden de duinen tussen de baai van Les Veys en Saint-Vaast-la-Hougue volgepropt met een dertigtal ‘Widerstandnester’ (WN, verzetsnesten). Op het hogere achterland zijn enkele zware geschutbatterijen opgesteld, voornamelijk bij Azeville, Crisbec, Morsalines, La Pernelle…

De geallieerden hadden aanvankelijk niet gepland om op de kust van de Cotentin te landen. Pas in december 1943 besloten Eisenhower en Montgomery om aan de al gekozen stranden van de Calvados een extra strand toe te voegen, ten westen van de baai van Les Veys, om de haven van Cherbourg sneller te kunnen bereiken. Het extra strand krijgt de codenaam Utah Beach. De zone loopt van Saint-Marie-du-Mont tot bij Quinéville, met een aanvalszone van ongeveer 2 kilometer ter hoogte van Vareville. Het opperbevel besluit, ter bescherming van deze sector, om in de nacht vóór de landing twee parachutistendivisies te droppen die als taak krijgen de Duitse tegenaanvallen tegen te houden in de richting van de stranden.

Op 6 juni 1944, om 6.30 uur ‘s ochtends, landt het 8e regiment van de 4eAmerikaanse infanteriedivisie van generaal Barton, gesteund door amfibietanks, voor de duinen van La Madeleine, op slechts enkele kilometers van het dorp Sainte-Marie-du-Mont. Door een navigatiefout vinden de eerste aanvalsgolven plaats op ongeveer 2 kilometer ten zuiden van de geplande plek. Deze fout blijkt gunstig uit te pakken, want de Duitse verdediging is op deze plek beduidend minder sterk. De landingsvaartuigen, naar links getrokken door de sterke stroming, landen recht tegenover de bunkers van WN5, zwaar aangetast door lucht- en zeebombardementen en dus vrijwel onschadelijk.

De obstakels op het strand worden snel ontruimd door de mannen van de genie en de meeste troepen zetten ongehinderd voet aan wal, ondanks enkele verloren schoten vanuit de batterij van Crisbec. De mannen van generaal Barton trekken onmiddellijk het moerasland in en dringen via de ‘chaussées’ door in het achterland. Het contact met de parachutisten wordt in het begin van de middag gelegd in de buurt van Pouppeville.

De verliezen van de 4e divisie (doden, gewonden en gemist verklaarden) liggen niet hoger dan 200 man op de dag van 6 juni.