POINTE DU HOC

Op enkele kilometers ten oosten van het vissershaventje van Grandcamp vormen de kliffen een soort kaap met loodrecht daaronder, zo’n dertig meter lager, een smal kiezelstrand: de Pointe du Hoc. Op deze uiterst gunstige locatie hebben de Duitsers een sterke artilleriebatterij gebouwd die een lange kuststrook dekt. Deze batterij vormt een serieuze bedreiging voor de twee stranden waar de Amerikaanse troepen zullen landen: Utah Beach in het westen en Omaha Beach in het oosten.

De geallieerde strategen zijn zich terdege bewust van het gevaar dat de kanonnen van de Pointe du Hoc vertegenwoordigen en besluiten ze te vernietigen. De luchtbombardementen namen al in de weken voor de landing in aantal toe. Maar de resultaten bleven onzeker. Uit voorzorg wordt besloten om de stelling meteen bij dageraad op D-Day aan te vallen door vanaf zee een commando met touwen en ladders de kliffen op te sturen.

Deze gevaarlijke taak wordt uitbesteed aan het 2e Ranger Bataljon onder bevel van luitenant-kolonel James E. Rudder. Het lukt de mannen van de eenheden D, E en F, met boten ter plekke geland, om slechts in enkele minuten naar de top te klauteren, ondanks de gladde wand, de door zeewater verzwaarde touwen en het vuur van de tegenpartij. Een meedogenloze strijd vangt aan in een maanlandschap vol bomkraters. Een strijd die uiteindelijk veel bloediger uitpakt dan de klim zelf.

Er staat de Rangers een grote verrassing te wachten. Ze ontdekken dat de kanonnen in de kuipen vervangen zijn door zware houten stutbalken. De kanonnen waren om veiligheidsredenen in april verplaatst naar het achterland, waar een Amerikaanse patrouille ze overigens al heeft gevonden en onklaar gemaakt door de kulassen op te blazen.

Voor de mannen van Rudder breken gruwelijke uren aan. Ze zijn omsingeld op de Pointe du Hoc, zitten zonder versterking en zijn onderworpen aan sterke Duitse tegenaanvallen die overal en nergens vandaan komen… Ze worden pas op 8 juni tegen het middaguur ‘bevrijd’ door troepen die vanaf Omaha Beach oprukken. Van de 225 Rangers die in dit dolle avontuur verwikkeld waren, zijn slechts 90 nog in staat om te vechten. Zo’n 80 kameraden hebben het leven gelaten op dit kleine stukje Normandische bodem.