DE ROL VAN DE MARINE IN DE LANDING

De rol van de marine is uiteraard van onschatbaar belang in de uitvoering een amfibische aanval zoals de operatie Neptune (codenaam van de landing op de Normandische kust).

De geallieerde armada die in de nacht van 5 op 6 juni het Kanaal oversteekt, telt niet minder dan 4.300 vaartuigen in alle soorten en maten (exclusief de 2.600 ponten, vervoerd als lading aan boord van grotere vaartuigen en vlakbij de kust te water gelaten). De vloot bestaat voornamelijk uit Britse en Amerikaanse vaartuigen, maar telt ook Noorse, Nederlandse, Poolse, Deense, Griekse en Vrije Franse schepen.

Deze enorme vloot staat onder bevel van de Britse admiraal Sir Bertram Ramsay. Hij is onderverdeeld in twee groepen: de Western Task Force van schout-bij-nacht Kirk is belast met de landing in de Amerikaanse sector (Force U voor Utah Beach en Force O voor Omaha Beach); de Eastern Task Force van schout-bij-nacht Vian is verantwoordelijk voor de operaties in de Britse en Canadese sector (Force G voor Gold Beach, Force J voor Juno Beach en Force S voor Sword Beach). Elke Force bestaat uit meerdere honderden transportvaartuigen, hulpboten en escortvaartuigen, en is vergezeld van een eskader geschut, bestaande uit tussen 15 en 20 oorlogsvaartuigen (pantserschepen, kruisers en destroyers).

Deze vaartuigen openen het vuur op de Duitse verdediging 45 minuten voor het Uur U en nemen het over van de luchtbombardementen van de nacht en de vroege ochtend. Tijdens de slag zorgen ze onophoudelijk voor steun en brengen het grootste deel van de kustbatterijen van de Atlantikwall tot zwijgen. Ze zijn van onmisbaar tactisch belang voor de infanteristen die door hen soms uit netelige situaties gehaald worden, zoals op Omaha Beach.

De transportvaartuigen hebben 130.000 man en meer dan 20.000voertuigen (tanks, vrachtwagens,…) over het Kanaal vervoerd en op de Normandische kust doen landen op de dag van 6 juni.

Enkele tientallen oude handels- of oorlogsschepen (zoals het Franse pantserschip Courbet) worden ter hoogte van de landingsstranden op een rij tot zinken gebracht en dienen als golfbrekers.

In totaal hebben ongeveer 150.000 zeemannen (uit zowel oorlogsvloten als uit de koopvaardijvloot) deelgenomen aan de landingsacties, ofwel evenveel als de op het land ingezette troepen op 6 juni 1944.