HET EIND VAN DE SLAG OM NORMANDIË

De Duitse troepen die ontsnapt zijn aan de ramp van de Zak van Falaise trekken zich terug naar de Seine. Ze worden van alle kanten bestookt door commando’s van de FFI en vervolgd door de geallieerden.

De Britten winnen snel terrein in de Pays d’Auge en bevrijden Lisieux op 25 augustus. De stad heeft zwaar geleden onder de bombardementen waarin ruim duizend inwoners zijn omgekomen. Langs de kust meer naar het noorden bevrijden de Belgische brigade van kolonel Piron en de Nederlandse Prinses Irene Brigade, in samenwerking met de 6e Britse Airborne, de badplaatsen Cabourg, Dives, Deauville, Trouville en ten slotte Honfleur. In het zuiden zijn de Canadezen in Bernay, en de Amerikanen in Evreux, Louviers, Elbeuf.

De Duitsers, klem gedreven tussen de voortgang van de geallieerden en de Seine die geen bruggen meer heeft, lukt het toch te ontsnappen. De poging om hen in een nieuwe zak te laten vastlopen, oogst geen succes. Alle middelen worden aangegrepen om de rivier over te steken: ponten, vlotten, amfibiewagens, roeiboten, soms bereiken ze zelfs zwemmend de overkant.

In totaal, en volgens een officieel Brits rapport, is het de Duitsers gelukt om 240.000 mannen, 30.000 voertuigen en iets minder dan 150 tanks aan de overkant te krijgen. Hun materiële verliezen bedragen ongeveer 4.000 voertuigen en een vijftigtal tanks, vernietigd door de luchtmacht, of gewoon vastgelopen door benzinepech.

Als ze eenmaal aan de overkant zijn, is er van weerstand geen sprake meer. De resten van een bloedeloos leger kunnen zich alleen nog maar terugtrekken zonder zich om te keren en zorgen dat ze zo snel mogelijk de grens van het Reich bereiken. Parijs wordt op 25 augustus bevrijd.

Het garnizoen van Le Havre, 11.000 man sterk, is echter niet vertrokken en zal zich niet overgeven zonder gevecht. De Duitsers hebben de stad omgebouwd tot een enorm versterkt legerkamp, voorzien van zware artilleriebatterijen, vol met betonnen kazematten. De vesting is aan drie kanten beschermd door de zee, de Seine en een volgelopen vallei. De enige toegangsweg, in het noorden, wordt beschermd door een indrukwekkend, diepgaand verdedigingssysteem met een reusachtige antitankgracht en tienduizenden mijnen.

Montgomery haast zich zonder oponthoud naar Brussel, waar hij op 4 september aankomt. Hij geeft zijn 1e legercorps de opdracht Le Havre te veroveren. Aangezien de aanval bloedig dreigt te worden, schiet de RAF te hulp. De 60.000 inwoners van Le Havre die in de stad zijn gebleven, gaan door een hel. Op 5 en 6 september vindt een slachting plaats: de wijken in het centrum zijn volledig van de kaart geveegd door (brand)bommen.

Op de avond van 10 september begint het Astonia-offensief. Twee infanteriedivisies en drie pantserbrigades, voorafgegaan door speciale tanks, rukken op achter een verpletterende artillerieversperring. De aanval zal legendarisch blijven door de precisie en de snelheid. Met mijnenvlegels uitgeruste tanks (crabs) openen doorgangen in de mijnenvelden, terwijl angstaanjagende vlammenwerpers (crocodiles) ontzetting zaaien onder de verdedigers. Le Havre is bevrijd op 12 september. Maar… tegen een hoge prijs. Ongeveer 2.000 burgers zijn omgekomen in de ruïnes van een voor 85 procent verwoeste stad.