DE SLAG OM CAEN

Vanaf de avond van 6 juni leggen de tanks van de 21e Panzer, in de loop van de nacht versterkt door die van de 12e SS Hitlerjugend, een vuur- en staalversperring aan voor Caen. Dit stopt de voortgang van de geallieerden onmiddellijk, evenals de hoop op bevrijding voor duizenden burgers die de stad niet hebben kunnen ontvluchten na de eerste bombardementen. Het Duitse bevel zet zijn beste divisies in, vooral het grootste deel van zijn tankeenheden. De Britten en Canadezen zitten muurvast in de korenvelden rond de stad. Caen wordt het wendingspunt van de Slag om Normandië.

Montgomery ziet tijdelijk af van een frontale aanval, hij schat dit te kostbaar. Hij lanceert echter een reeks offensieven om de stad vanuit het westen te proberen te omsingelen en in de rug aan te vallen.

Maar zijn troepen worden op 9 juni geblokkeerd voor Tilly-sur-Seulles door de Panzer Lehr van Bayerlein. Het dorp, door de gevechten geheel verwoest, valt zo’n tien dagen later. Maar onmiddellijk wordt een paar kilometer meer naar het zuiden een nieuwe Duitse weerstandslinie opgebouwd.

Montgomery zet iets meer naar het westen zijn 7e pantserdivisie in, op wat een dode hoek van het front lijkt te zijn. De beroemde ‘Woestijnratten’, nagenietend van hun overwinningen in Libië, worden op 13 juni in Villers-Bocage flink afgerost door een delegatie Tiger tanks (stalen kolossen van 55 ton), gesteund door enkele Panzer IV tanks.

Eind juni lanceren de Britten een groots offensief in de buurt van de Odon, tussen Tilly-sur-Seulles en Caen. Dit is de operatie ‘Epsom’, die 90.000 mannen op het spel zet. De rivier valt op 27 juni in geallieerde handen. De voortgang wordt echter plotseling gestopt door de aankomst van twee SS pantserdivisies in de sector van punt 112, een bescheiden heuvel waar felle gevechten, even bloedig als vaag, vrijwel een maandlang aanhouden.

De slag om Caen lijkt vast te lopen. De gevechten slaan om in een positieoorlog. Aan beide kanten graven de soldaten zich in loopgraven in. Aanvallen worden beantwoord met tegenaanvallen, zonder tastbaar resultaat. De schaduw van de Eerste Wereldoorlog hangt boven het front van Normandië.

Begin juli komt Montgomery terug op het principe van een directe aanval op Caen. Deze aanval begint op de avond van 7 juli met een gruwelijk luchtbombardement op het noordelijke deel van de stad. Op 8 juli verdrijven de Canadezen de SS uit Buron en Authie, terwijl de Britten de laatste weerstand voor Lébisey breken. ‘s Avonds beginnen de Duitsers zich terug te trekken. Op de ochtend van 9 juli nemen de Canadezen Carpiquet, Saint-Germain-la-Blanche-Herbe, Venoix en La Maladrerie in en dringen eindelijk Caen binnen. Meer in het oosten komen de Britten langzaam vooruit in de straten die sinds 6 juni door het puin onherkenbaar zijn.

De Duitsers zijn echter verschanst op de rechteroever van de Orne waar ze het nog een dag of tien volhouden voordat een nieuw offensief hen verdrijft (operatie Atlantic). Op 19 juli belegeren de Canadezen, begeleid door de FFI, de wijken op de rechteroever. Caen is nu volledig bevrijd, maar de vijand zit nog bij de stadspoorten. De operatie Goodwood wordt dezelfde dag ontketend ten oosten van stad om de ingang naar de vlakte vrij te maken. Na enkele dagen mislukt deze aanval compleet, ondanks de grootschalig aangewende middelen.