DE SLAG IN DE ZAK VAN FALAISE

De hachelijke tegenaanval bij Mortain versnelt de Duitse ondergang en het eind van de Slag om Normandië. Bradley en Montgomery besluiten deze nieuwe situatie onverwijld uit te buiten. Ze kunnen de vijandelijke divisies, die onbezonnen naar het westen zijn getrokken, strikken door een grote omsingeling op touw te zetten.

Ze geven meteen gerichte instructies. Het XVe Amerikaanse corps, dat op 9 augustus Le Mans bevrijdde, krijgt bevel om snel naar het noorden te trekken met op kop de 2e pantserdivisie van generaal Leclerc die aan het begin van de maand landde in de Cotentin. Op 12 augustus neemt deze divisie Alençon in, doorkruist de stad te midden van een enthousiaste bevolking, rukt op naar Ecouché en vervolgens naar Argentan.

Tegelijkertijd ontketent Montgomery een nieuw offensief ten zuiden van Caen. Het Duitse front, ontdaan van een deel van zijn pantsereenheden, is gebroken. Niet zonder moeilijkheden, want de vijand is al terugtrekkend nog in staat om flinke meppen uit te delen aan zijn tegenstanders, zoals in Estrées-la-Campagne waar een Canadees pantserregiment streng onder handen wordt genomen. Met heel veel inzet en aanval na aanval (operaties Totalize I + II, Tractable) naderen de Canadezen en de zojuist gearriveerde Polen van de 1e tankdivisie van generaal Maczeck de stad Falaise. Falaise wordt op 17 augustus ingenomen. Nu moet alleen nog verbinding gelegd worden met de Amerikanen die inmiddels de rand van Argentan bereikt hebben.

Het Duitse VIIe leger en het Ve pantserleger – althans, wat ervan over is – ofwel bijna 150.000 man, staan op het punt omsingeld te worden. Op 16 augustus gaf Hitler uiteindelijk het bevel om de terugtocht in te slaan, waaraan al ruimschoots gehoor werd gegeven. Sinds 14 augustus keerden er al eenheden terug en probeerden ze een weg te vinden naar de Seine. Het opperbevel probeert vooral te redden wat nog over is van de pantserdivisies. Het grootste deel van de infanterie, verspreid over de Bocage en aan zichzelf overgelaten, trekt in een toenemende verwarring gehaast naar de steeds smaller wordende opening tussen Argentan en Falaise.

Onder de gebundelde druk van de Amerikanen en de Fransen in het zuiden, de Britten in het westen, de Canadezen en de Polen in het noorden, sluit het net zich meedogenloos tussen Argentan en Trun waar de laatste acte van de tragedie zich afspeelt. De geallieerde artillerie bestookt van alle kanten een ontredderde, in de val gelopen vijand. De terugtocht verandert geleidelijk aan in een radeloze vlucht naar de ‘dodengang’ tussen de dorpen Chambois, Saint-Lambert, Trun en Tournai-sur-Dives waar meutes jachtbommenwerpers zich overgeven aan een onverbiddelijk bloedbad. Vanwege een aantal misverstanden tussen de geallieerden sluit de valstrik zich niet snel genoeg. Het lukt tienduizenden Duitse soldaten om te ontsnappen uit de zak. Op de ochtend van 21 augustus is het net eindelijk dicht.

De slag in de Zak van Falaise was niet echt wat men vaak een ‘Stalingrad in Normandië’ pleegde te noemen: tussen 12 en 20 augustus wisten zo’n 100.000 Duitsers te ontsnappen aan de geallieerden. Toch is het waar dat ze een groot deel van hun oorlogstuig, en bovendien 50.000 krijgsgevangenen en 6.000 doden, hebben moeten achterlaten in deze fuik. Generaal Eisenhower zal bij zijn bezoek aan het slagveld – waar kriskras lijken van soldaten en dieren, en verbrande voertuigen opgestapeld liggen – uitroepen: “Dit was een van de grootste afslachtingen van de oorlog”.