DE ROL VAN DE LUCHTMACHT IN DE SLAG OM NORMANDIË

De luchtmacht speelde een uiterst belangrijke rol in het welslagen van de geallieerde acties in Normandië. Op dit gebied hadden de geallieerden een beduidend sterke overmacht op de Duitsers. De Luftwaffe kon niet meer dan een kleine duizend vliegtuigen inzetten en moest zich tevredenstellen met sporadische verschijningen in het Normandische hemelruim. Ze werd pas echt actief onder nachtelijke dekking.

De geallieerde strijdkrachten spreiden een indrukwekkende macht tentoon met 11.000 inzetbare toestellen, ofwel tien keer zoveel als de vloot van de Luftwaffe. De zware bommenwerpers van het Bomber Command van de RAF en de VIIIe US Air Force blijven doorgaan met het vernielen van de verbindingsknooppunten in de dagen na de Landing om de aanvoer van Duitse versterking te vertragen. Deze bommenwerpers worden ook gebruikt om kort voor grote offensieven het terrein voor te bereiden met tapijtbombardementen (‘carpet bombing’), zoals voor de ontketening van de operaties Charnwood, Goodwood en Cobra.

Maar de tactische luchtmacht speelde waarschijnlijk de belangrijkste rol: het ononderbroken ondersteunen van de vechtende grondtroepen. De niet aflatende activiteit van de jachtvliegtuigen en jachtbommenwerpers van de Britse 2e Tactical Air Force en de IXe US Air Force was een van de pijlers van de geallieerde overwinning. De aanleg van een vijftigtal vliegbases op Normandische bodem – meteen in de uren die op de Landing volgden -, voornamelijk in de Cotentin en de Bessin, vergrootte hun interventiemogelijkheden aanzienlijk.

Het Normandische hemelruim werd beheerst door Spitfires, Thunderbolts, Mustangs, Lightnings en Typhoons, die doken op de minste of geringste concentratie Duitse troepen. Ze vielen onafgebroken de Duitse konvooien aan, zaaiden dood en verbittering op de wegen. Deze toestellen doorbraken ook het Duitse tegenoffensief bij Mortain begin augustus 1944.