DE ATLANTIKWALL

Het Duitse opperbevel onttrekt door de Russische aanval op 22 juni 1941en de onverwachte weerstand van het Rode Leger noodgedwongen steeds meer eenheden aan het westfront, en laat dit terrein op gewaagde wijze ongedekt. De deelname van de Verenigde Staten aan de oorlog in december 1941 versterkt de vrees voor een Angelsaksische landing. Hitler besluit dezelfde maand nog zijn verdedigingssysteem te versterken door de aanleg van de Atlantikwall.

Dit reusachtige bouwwerk wordt toevertrouwd aan de Organisation Todt en gaat van start in 1942. In 1944 is de muur nog niet geheel voltooid, ondanks de door maarschalk Rommel – sinds eind 1943 verantwoordelijk voor het gebied van Nederland tot de Loire – verstrekte middelen.

Langs de kust van de Noordzee, het Kanaal en de Atlantische Oceaan moesten 15.000 verdedigingswerken komen te staan. Dit zou de inzet van450.000 arbeiders (vrijwillig of gedwongen) vergen, en 11 miljoen ton beton en 1 miljoen ton staal aan bouwmaterialen.

De is Muur geen ononderbroken versperring, in tegenstelling tot het beeld dat de Duitse propaganda graag verspreidt. De muur bestaat in grote lijnen uit vier soorten verdedigingswerken: forten, kustbatterijen voor de artillerie, verdedigingswerken bij de stranden en op de stranden zelf of in het achterland opgetrokken obstakels.

Nu nog zijn talloze resten van de Atlantikwall – in min of meer goede staat – langs de Normandische kust te zien.

Achter de ‘Muur’ waren meer dan 700.000 soldaten verschanst. Het Duitse leger in Zuid-Normandië telde zo’n 7 à 8 divisies.